Markku Allan Alén (Helsinki, 15 februari 1951) is een Fins voormalig rallyrijder. Hij was een van de voornaamste rijders in het wereldkampioenschap rally in de jaren zeventig en tachtig, waarin hij voornamelijk actief was voor Fiat en dochterbedrijf Lancia, als rijder van Martini Racing. Hij is hierna ook nog voor andere fabrieksteams uitgekomen.
Alén, bijgenaamd 'Maximum Attack', wat afgeleid is van een van zijn bekendste lijfspreuken "now maximum attack", is met het winnen van negentien WK-rally's tot op heden nog steeds de meest succesvolle rallyrijder zonder een wereldtitel. Hij is wel de winnaar van de FIA Cup for Drivers in het seizoen 1978; een prestigieuze prijs die uitgereikt werd door de FIA, een jaar voor ingang van een officieel rijderskampioenschap in het WK. Alén was echter wel de oorspronkelijke wereldkampioen in het seizoen 1986, totdat de FIA elf dagen na afloop van de laatste WK-ronde terugkwamen op een eerdere beslissing, en de resultaten van de dat jaar verreden Rally van San Remo annuleerde, een rally die gewonnen werd door Alén. Hij verloor zijn gescoorde punten en daarmee de wereldtitel.
Markku Alén deelde zijn successen nagenoeg in zijn gehele carrière met navigator Ilkka Kivimäki; daarmee een van de langdurigste combinaties in het WK. Aléns zoon, Anton, is ook actief geweest als rallyrijder, onder meer voor het team van Abarth.
Carrière Vroege carrière Markku Alén begon zich te interesseren in de autosport via zijn vader, Eero Alén, die in 1963 Fins kampioen werd in ijs races. Markku Alén nam op jonge leeftijd ook al deel aan dit soort evenementen, maar zou uiteindelijk de overstap maken naar de rallysport, waar hij in 1969 zijn debuut in maakte achter het stuur van een Renault 8 Gordini. Alén wist zich hier in rap tempo te profileren, en kreeg begin jaren zeventig een contract aangeboden door de Finse importeur van Volvo. Actief in de Volvo 142 eindigde hij drie jaar opeenvolgend, van 1971 tot en met 1973, op het podium van de Rally van Finland, die in het laatst genoemde jaartal inmiddels ook onderdeel was van het wereldkampioenschap rally; markerend als Aléns eerste optreden hierin. Met een privé-ingeschreven Ford Escort RS1600 behaalde hij datzelfde jaar ook nog een derde plaats in de Rally van Groot-Brittannië. Deze resultaten bleven niet onopgemerkt, en Alén ging uiteindelijk in op een aanbieding van het Italiaanse Abarth, die met Fiat actief waren in verschillende internationale rally's, waaronder het WK.
Wereldkampioenschap rally 1974-1981: Fiat 250px|links|thumb|Alén actief met de Fiat 131 Abarth tijdens de Rally van Finland in 1978, waar hij zou zegevieren Fiat nam in Aléns beginperiode bij het team deel aan rally´s met de Fiat Abarth 124 Rallye, een auto waarmee hij in zijn eerste volledige seizoen in 1974 al een aantal podiumposities behaalde. Zijn eerste grote succes volgde uiteindelijk in het daaropvolgende seizoen 1975, toen hij dat jaar de Rally van Portugal op zijn naam schreef. Op slechts 24-jarige leeftijd, bleef hij daarmee enige tijd de jongste winnaar van een WK-rally. Een grote overgang volgde in het seizoen 1976, toen Fiat de 131 Abarth introduceerde in het kampioenschap; die zich snel bewees als een beter handelbare auto dan diens voorganger. Alén bezorgde de auto zijn eerste WK-overwinning in Finland datzelfde jaar, wat voor hem tevens zijn eerste WK-succes betekende voor thuispubliek. De combinatie tussen Alén en de 131 Abarth, liep uit tot een succesvolle. Met deze auto won hij tot aan het seizoen 1981 uiteindelijk zeven WK-rally's (met een Lancia Stratos won hij ook in San Remo 1978). Deze successen werden opvallend genoeg allen geboekt in de Finse en Portugese WK-rondes. Daarnaast werd Alén in het seizoen 1978 ook winnaar van de FIA Cup for Drivers, een prestigieuze prijs die uitgereikt werd door de Fédération Internationale de l'Automobile aan de rijder die de meeste punten wist te pakken in de dat jaar verreden WK-rally's, en enkele internationale evenementen buitenom het WK. Deze prijs diende als voorganger van een officieel rijderskampioenschap die het seizoen daarop zijn introductie zag. Alén droeg ook bij aan twee opeenvolgende titels voor Fiat in het constructeurskampioenschap, in de seizoenen 1977-1978. Met Fiat kwam zijn beste eindpositie in het rijderskampioenschap in 1979, toen hij daarin als derde eindigde.
1982-1989: Lancia Toen Fiat haar taken overdroeg aan dochterbedrijf Lancia, die bij deze van start gingen met een nieuw project voor de aankomende Groep B klasse, deed ook Alén de overstap maken. Onder de vlag van Martini Racing was hij naast Attilio Bettega een van de rijders die de Lancia Rally 037 introduceerde in het seizoen 1982, tijdens de Rally van Corsica; het eerste optreden van een officiële Groep B-auto in het WK. De eerste versie van de Rally 037 was nog niet bepaald overtuigend, Alén vond de auto moeilijk handelbaar en zijn beste resultaat was een vierde plaats tijdens de seizoensafsluiter in Groot-Brittannië. Een eerste evolutie van de auto die aan de start van het seizoen 1983 werd geïntroduceerd, bleek daarin een grote voortgang te hebben geboekt. Samen met teamgenoot Walter Röhrl bood hij op intensieve wijze competitie tegen de sterker geachte Audi Quattro's, die het voordeel hadden van een vierwielaangedreven systeem. Alén behaalde in het seizoen vijf podiumposities, waaronder twee overwinningen, in Corsica, een rally die normaal gedomineerd werd door Franse rallyrijders, en San Remo, waar hij voor Lancia's thuispubliek succes boekte. Mede door de drie overwinningen van teamgenoot Röhrl, versloeg Lancia hiermee regerend wereldkampioen Audi in het constructeurskampioenschap. Alén eindigde achter Röhrl als derde in het rijderskampioenschap, terwijl Audi-rijder Hannu Mikkola de wereldtitel op zich nam. Hoop op groter succes bleef voor Alén uit in het seizoen 1984, toen duidelijk werd dat de vierwiel- en turboaangedreven revolutie in de sport niet tegengehouden kon worden. De achterwielaangedreven Rally 037 was niet in staat een overmacht te creëren op Audi, dat nog een grotere illusie werd met de introductie van de Peugeot 205 Turbo 16 halverwege het seizoen. Met wederom een overwinning in Corsica, bewees Alén echter dat de auto op asfalt nog steeds moeilijk te kloppen was. Door op consistente wijze punten te pakken eindigde hij dat jaar alsnog derde in het rijderskampioenschap. Lancia was op dat moment al begonnen met de ontwikkeling van een vierwielaangedreven opvolger voor de Rally 037, die medio 1985 zijn intrede moest maken in het WK. De introductie van de Delta S4, zo als de nieuwe auto ging heten, liep echter veel vertraging op, waardoor het seizoen 1985 in termen van WK-succes grotendeels een weggegooid jaar was voor Alén, die noodgedwongen actief moest blijven in de inmiddels gedateerde Rally 037. Tijdens de seizoensafsluiter in Groot-Brittannië debuteerde Lancia uiteindelijk de Delta S4 in het kampioenschap, en waren hierin gelijk succesvol toen zij een 1-2 wisten te scoren met Henri Toivonen als winnaar en Alén op een tweede plek.
Dit resultaat gaf een hoopvol vooruitzicht voor het seizoen 1986, waarin Lancia nu een volledig programma kon afwerken met de competitief gebleken Delta S4. Alén begon het seizoen in Monte Carlo echter ongelukkig, waar bleek dat alleen zijn Delta S4 een technisch probleem liet zien (een tegenstelling tot zijn collega Lancia-rijders), en moest opgeven. Alén behaalde vervolgens een tweede plaats in Zweden en een derde plaats tijdens de Safari Rally, eenmalig terugkerend achter het stuur van de Rally 037. In Corsica volgde er echter een dramatische terugslag, toen Aléns teamgenoot Toivonen en navigator Sergio Cresto dodelijk verongelukte op een van de proeven. De FIA kwam niet lang erna met een reactie, en besloten de Groep B klasse te verbieden voor competitie met ingang van het seizoen 1987. Alén, wiens motivatie een flinke deuk had opgelopen, kreeg vervolgens de taak om zich te herpakken in de strijd om de rijders- en constructeurstitel voor Lancia. Daarin wist hij zich weer te manifesteren tot een titelkandidaat en vocht het dat jaar intensief uit met Peugeot-rijder Juha Kankkunen. Deze strijd werd uiteindelijk pas in de laatste ronde van het kampioenschap in de Verenigde Staten beslist in het voordeel van Alén, die door te winnen Kankkunen achter zich wist te houden en daarmee in eerste instantie eindelijk zijn eerste wereldtitel kon vieren. Niet lang daarna kwam de FIA echter terug op een eerder genomen beslissing. Tijdens de eerder dat jaar verreden rally in San Remo, werd het gehele Peugeot team door de organisatie uit de wedstrijd gehaald, nadat de technische commissie de conclusie had getrokken dat het merk gebruik maakte van zij-skirts aan de onderzijde van de auto, die niet gehomologeerd waren. Peugeot mocht niet onder protest verder rijden en werden direct uitgesloten. Teamleider Jean Todt tekenende dit gelijk aan bij de FIA, die door omstandigheden pas na het einde van het seizoen een uitspraak deden over de zaak, maar hierin tot de conclusie kwamen dat Peugeot onrechtmatig behandeld was, met als gevolg de complete annulering van de resultaten van de rally. Alén, die daar na de uitsluiting van Peugeot op eenvoudige wijze won, verloor hierdoor zijn gescoorde punten, en voor hem nog tragischer zijn oorspronkelijke wereldtitel, die in dit geval verwezen werd naar Kankkunen.
250px|thumb|Alén als Lancia-rijder actief tijdens de Rally van Groot-Brittannië in 1987 Onder de nieuwe Groep A reglementen deed Alén zijn rol als kopman bij Lancia voortzetten in 1987, nu actief met de Lancia Delta HF 4WD. Hij profileerde zich wederom als een titelkandidaat, onder meer door het winnen van de WK-rondes in Portugal, Griekenland en Finland. Net als het jaar ervoor werd de titelstrijd tijdens de seizoensafsluiter, ditmaal in Groot-Brittannië, beslist tussen Alén en Kankkunen, dat jaar echter voor het eerst als teamgenoten. Alén lag kortstondig aan de leiding van de rally, maar verloor deze later aan Kankkunen. Onder de druk betrapte Alén zich vervolgens op een paar rijdersfouten, waardoor hij zowel de overwinning als wereldtitel misliep, die in beide gevallen wederom op naam kwam van Kankkunen. Ook in het seizoen 1988 kreeg Alén weer de kans om wereldkampioen te worden, maar moest op het eind wederom onderdoen aan een teamgenoot, deze keer in het geval van Miki Biasion. Alén wist desondanks weer drie keer te winnen, ditmaal in Zweden, nogmaals in Finland en in Groot-Brittannië, waar hij gepast zijn laatste WK-rally overwinning uit zijn carrière vierde; een evenement waar hij al jarenlang dicht bij een overwinning zat. Het seizoen 1989 bewees Aléns laatste jaar bij Lancia te zijn. Hij reed slechts een gelimiteerd programma, maar wist toch in twee gevallen op het podium te eindigen, alhoewel hij verder geen rol speelde in het rijderskampioenschap. Hij hielp Lancia nog mee aan hun derde achtereenvolgende titel bij de constructeurs.
1990-1993: Subaru en Toyota